Crompvoets + Raafs Advocaten

Tag Archive: Vluchteling

  1. De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Reacties uitgeschakeld voor De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Mr. van Mulken staat een cliënt bij in een lopende hoger beroepzaak. De zaak betreft een minderjarige Syrische cliënt die asiel heeft aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is door de IND niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij in Oostenrijk al eerder een aanvraag had gedaan en daar een verblijfsvergunning heeft gekregen. Hij moet daarom zo snel mogelijk terugkeren naar Oostenrijk. Tegen deze beslissing is cliënt in beroep gegaan. De rechtbank heeft dit beroep helaas ongegrond verklaard. Momenteel loopt er een hoger beroep.

    Hierbij werpt de cliënt als eerst op dat hij in Oostenrijk pas drie jaar na de asielaanvraag in aanmerking kan komen voor gezinshereniging. Tegen die tijd wordt de cliënt meerderjarig, waardoor hij onder een minder gunstig gezinsherenigingsregime zal vallen. Dit betekent voor de cliënt dat hij niet in aanmerking zal komen voor hereniging met zijn ouders en broertje, die momenteel nog in Syrië verblijven. Volgens de rechtbank was dit onvoldoende reden om niet naar Oostenrijk terug te kunnen keren. In hoger beroep betoogt de cliënt echter dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie moet er altijd rekening worden gehouden met de belangen van een minderjarig kind. In dit geval, is het duidelijk dat de cliënt zich in een kwetsbare positie bevindt, omdat hij is gescheiden van zijn ouders en andere familieleden. Het zou dan ook in zijn belang zijn om zo snel mogelijk te worden herenigd met zijn familie. In Oostenrijk is hier geen mogelijk toe. De IND heeft daarom geen blijk gegeven van een duidelijk afweging van de belangen van de cliënt.

    Daarnaast betoogt cliënt dat er geen geschikte mogelijkheid is in Oostenrijk om de gezinsherenigingsprocedure aan te vechten. Volgens het Europese Hof van Justitie moeten minderjarige kinderen die tijdens hun procedure meerderjarig worden, nog steeds in aanmerking kunnen komen voor gezinshereniging. In Oostenrijk wordt er echter geen rekening mee gehouden dat de asielzoeker nog minderjarig was op het moment van de asielaanvraag en hanteert de meerderjarige leeftijd bij de aanvraag voor gezinshereniging. Er kan dan ook niet van cliënt worden verwacht dat hij hierover gaat klagen in Oostenrijk.

    Nu is het wachten op de uitspraak van de Raad van State. Op onze website en social media houden wij u op de hoogte van de afloop van deze zaak.

    Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  2. Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    Reacties uitgeschakeld voor Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    De uitspraken van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2022:93 en ECLI:NL:RVS:2022:94

    Afgelopen maand heeft de Raad van State beslist dat zowel atheïsme als afvalligheid m

    oeten worden aangemerkt als een geloofsovertuiging (ECLI:NL:RVS:2022:93 en  ECLI:NL:RVS:2022:94). Daarmee staat nu vast dat de atheïstische of afvallige vreemdeling kan worden beschermd onder het Vluchtelingenverdrag.

    Een vreemdeling heeft ingevolge artikel 1(A)(2) van het Vluchtelingenverdrag recht op bescherming als hij vanwege zijn geloofsovertuiging gegronde vrees heeft voor vervolging in zijn land van herkomst. Een voorbeeld hierbij is een christelijke vreemdeling die vanwege dit geloof zeer waarschijnlijk vervolgd zal worden, omdat de overheid in het land van herkomst deze religie niet accepteert. In de bovengenoemde twee uitspraken van de Afdeling is duidelijk geworden dat ook atheïsme en afvalligheid moeten worden aangemerkt als geloofsovertuigingen en daarom recht hebben op bescherming onder het Vluchtelingenverdrag. Deze uitspraak wijkt af van de Werkinstructie 2018/19 en de Werkinstructie 2018/19, waarin nog is vastgelegd dat atheïsme en afvalligheid geen geloofsovertuigingen zijn.

    Verder oordeelt de Afdeling in de uitspraken dat de staatssecretaris niet beschikt over een duidelijke werkwijze voor het onderzoeken van de geloofwaardigheid van de afvalligheid en het atheïsme. Volgens de Afdeling moet de werkwijze aangescherpt worden. Zo moet er een verschillend beoordelingskader worden gehanteerd voor atheïsme enerzijds en afvalligheid anderzijds. Daarnaast moet de staatsecretaris, op het moment dat de geloofwaardigheid is komen vast te staan, verder onderzoek doen naar het risico wat de vreemdeling loopt bij terugkeer naar het land van herkomst.

    In de praktijk zullen deze uitspraken betekenen dat de staatssecretaris een verbeterde en aangescherpte werkwijze zal hanteren om de geloofwaardigheid van atheïsme en afvalligheid te beoordelen. Het is hierbij aan de staatssecretaris om deze werkwijze vast te stellen. Heeft u een zaak of vragen omtrent rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.