Crompvoets + Raafs Advocaten

Tag Archive: rechtbank

  1. Het huisverbod

    Reacties uitgeschakeld voor Het huisverbod

    Het huisverbod

    Het huisverbod wordt de laatste tijd steeds vaker toegepast. Ook in onze praktijk krijgen wij te maken met zaken omtrent het huisverbod. De Wet Tijdelijk Huisverbod geeft de burgemeester de bevoegdheid om een huisverbod op te leggen aan personen die een ernstig en onmiddellijk gevaar opleveren of dreigen op te leveren voor de medebewoners van het huis. Als het verbod is opgelegd, betekent dit dat de persoon voor een bepaalde periode de woning niet mag betreden en geen contact mag leggen met de overige bewoners van het huis. Deze periode wordt gezien als afkoelperiode en is verder bedoeld om hulpverlening in te schakelen en verdere geweldpleging of escalatie te voorkomen.

    De gevolgen van een huisverbod

    Een huisverbod heeft kortom een aantal gevolgen:

    – De persoon aan wie het huisverbod is opgelegd, moet de woning per direct verlaten.

    – De uithuisgeplaatste mag de woning, gedurende de duur van het huisverbod, niet betreden of aanwezig zijn bij de woning. Overtreding van deze regel levert een strafbaar feit op, waarbij voorlopige hechtenis kan worden toegepast.

    – De uithuisgeplaatste mag geen contact hebben met de bewoners van het huis, zoals bijvoorbeeld eventuele partner en kinderen. Overtreding van deze regel levert een strafbaar feit op, waarbij voorlopige hechtenis kan worden toegepast.

    – De burgemeester schakelt Bureau Jeugdzorg in, indien er ernstig vermoeden is van kindermishandeling.

    – Het huisverbod kan gepaard gaan met strafrechtelijke vervolging, indien de uithuisgeplaatste daadwerkelijk geweld heeft gepleegd. Bij slechts een dreiging zal in principe niet tot strafrechtelijke vervolging worden overgegaan.

    De duur van een huisverbod

    Volgens de Wet Tijdelijk Huisverbod, duurt het verbod in beginsel 10 dagen. Als de uithuisgeplaatste geen ernstige en onmiddellijk gevaar meer oplevert voor de bewoners van het huis, wordt het huisverbod opgeheven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als hulpverlening is ingeschakeld en de uithuisgeplaatste deze hulp accepteert. Mocht er uit de omstandigheden en feiten van het geval blijken dat de dreiging niet afneemt na deze periode, mag het huisverbod worden met maximaal 4 weken worden verlengd.

    In beroep tegen een huisverbod

    Een huisverbod wordt uitgevaardigd in de vorm van een beschikking. Hiertegen kan beroep worden ingediend bij de rechtbank. De rechter zal beoordelen of de burgemeester terecht het huisverbod heeft opgelegd. Er zal dan sprake moeten zijn van een ernstig vermoeden om aan te nemen dat er onmiddellijk gevaar bestaat voor de veiligheid van de bewoners van het huis. Voor het opleggen van een huisverbod hoeft het bestaan van dit gevaar dus niet volledig vast te staan, maar moet voldoende aannemelijk zijn.

    Voorlopige voorziening

    Omdat door het indienen van beroep bij de rechtbank de gevolgen van een huisverbod in beginsel intact blijven, kan er ook een verzoek om een voorlopige voorziening worden gevraagd, waarbij de rechter verzocht wordt het huisverbod te schorsen. Doorgaans wordt er dan ook voor gekozen om naast het instellen van beroep ook een dergelijk verzoek in te dienen bij de rechtbank. Een verzoek om een voorlopige voorziening wordt binnen drie werkdagen op zitting behandeld. De rechter kan er dan voor kiezen om alleen over het verzoek te beslissen, maar hij kan er ook voor kiezen om gelijktijdig over het beroep te oordelen. Dat laatste gebeurt in de praktijk erg vaak, omdat het dan voor alle betrokkenen direct duidelijk is hoe de rechter over de rechtmatigheid van het huisverbod oordeelt en of het huisverbod aldus wel of niet in stand blijft.

    Heeft u vragen omtrent een vergelijkbare situatie of andere zaken rondom strafrecht en/of civiel recht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

  2. Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Reacties uitgeschakeld voor Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie

    Onlangs heeft Mr van Mulken een cliënt geholpen met een aanvraag voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. De cliënt verblijft in Nederland als kennismigranten en had verblijf aangevraagd voor zijn vader. Een verblijfsvergunning aanvragen voor familieleden is mogelijk. Zo kan een kennismigrant relatief eenvoudig verblijf aanvragen voor zijn/haar echtgenoot en minderjarige kinderen. Het aanvragen van een verblijfsvergunning voor een ouder is echter een stuk ingewikkelder. In zo een geval zit er een belangrijke voorwaarde aan: er moet een meer dan gebruikelijk afhankelijkheidsrelatie zijn tussen de meerderjarige referent en de ouder. Volgens EU-rechtspraak mag deze afhankelijkheidsrelatie niet puur emotioneel zijn. Er moeten bijkomende objectieve omstandigheden zijn, waaruit de afhankelijkheid blijkt, zoals de gezondheid van de ouder, de financiële afhankelijkheid en de banden van de ouder met het land van herkomst.

    Bij de aanvraag van cliënt, stond daarom de vraag centraal of er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen hem en zijn vader. De cliënt is van mening dat er inderdaad zo’n afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen hem en zijn vader. Hij voert hiervoor ten eerste aan dat de verblijfsvergunning van zijn vader, die momenteel in Saoedi-Arabië verblijft, verloopt. Hierdoor zou hij genoodzaakt zijn om terug te keren naar Syrië, zijn land van herkomst. Dit is echter, gezien de situatie in Syrië, niet mogelijk. Bovendien verkeert de vader in slechte gezondheid. Door zijn diabetes en Parkinson, is hij niet meer zelfredzaam en heeft hij dagelijkse zorg nodig. Deze zorg is niet voor hem beschikbaar in Saoedi-Arabië en er zijn geen familieleden in het land die hem anderzijds deze zorg kunnen bieden. De cliënt ondersteunt tenslotte zijn vader al geruime tijd in financieel opzicht.

    Onlangs kwam er goed nieuws voor de cliënt: de IND heeft besloten dat er inderdaad een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen de cliënt en zijn vader. De vader krijgt nu een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn zoon in Nederland.

     

    Heeft u een vergelijkbare vraag over gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  3. De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Reacties uitgeschakeld voor De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Mr. van Mulken staat een cliënt bij in een lopende hoger beroepzaak. De zaak betreft een minderjarige Syrische cliënt die asiel heeft aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is door de IND niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij in Oostenrijk al eerder een aanvraag had gedaan en daar een verblijfsvergunning heeft gekregen. Hij moet daarom zo snel mogelijk terugkeren naar Oostenrijk. Tegen deze beslissing is cliënt in beroep gegaan. De rechtbank heeft dit beroep helaas ongegrond verklaard. Momenteel loopt er een hoger beroep.

    Hierbij werpt de cliënt als eerst op dat hij in Oostenrijk pas drie jaar na de asielaanvraag in aanmerking kan komen voor gezinshereniging. Tegen die tijd wordt de cliënt meerderjarig, waardoor hij onder een minder gunstig gezinsherenigingsregime zal vallen. Dit betekent voor de cliënt dat hij niet in aanmerking zal komen voor hereniging met zijn ouders en broertje, die momenteel nog in Syrië verblijven. Volgens de rechtbank was dit onvoldoende reden om niet naar Oostenrijk terug te kunnen keren. In hoger beroep betoogt de cliënt echter dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie moet er altijd rekening worden gehouden met de belangen van een minderjarig kind. In dit geval, is het duidelijk dat de cliënt zich in een kwetsbare positie bevindt, omdat hij is gescheiden van zijn ouders en andere familieleden. Het zou dan ook in zijn belang zijn om zo snel mogelijk te worden herenigd met zijn familie. In Oostenrijk is hier geen mogelijk toe. De IND heeft daarom geen blijk gegeven van een duidelijk afweging van de belangen van de cliënt.

    Daarnaast betoogt cliënt dat er geen geschikte mogelijkheid is in Oostenrijk om de gezinsherenigingsprocedure aan te vechten. Volgens het Europese Hof van Justitie moeten minderjarige kinderen die tijdens hun procedure meerderjarig worden, nog steeds in aanmerking kunnen komen voor gezinshereniging. In Oostenrijk wordt er echter geen rekening mee gehouden dat de asielzoeker nog minderjarig was op het moment van de asielaanvraag en hanteert de meerderjarige leeftijd bij de aanvraag voor gezinshereniging. Er kan dan ook niet van cliënt worden verwacht dat hij hierover gaat klagen in Oostenrijk.

    Nu is het wachten op de uitspraak van de Raad van State. Op onze website en social media houden wij u op de hoogte van de afloop van deze zaak.

    Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.