Crompvoets + Raafs Advocaten

Tag Archive: Migratierecht

  1. Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Reacties uitgeschakeld voor Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie

    Onlangs heeft Mr van Mulken een cliënt geholpen met een aanvraag voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. De cliënt verblijft in Nederland als kennismigranten en had verblijf aangevraagd voor zijn vader. Een verblijfsvergunning aanvragen voor familieleden is mogelijk. Zo kan een kennismigrant relatief eenvoudig verblijf aanvragen voor zijn/haar echtgenoot en minderjarige kinderen. Het aanvragen van een verblijfsvergunning voor een ouder is echter een stuk ingewikkelder. In zo een geval zit er een belangrijke voorwaarde aan: er moet een meer dan gebruikelijk afhankelijkheidsrelatie zijn tussen de meerderjarige referent en de ouder. Volgens EU-rechtspraak mag deze afhankelijkheidsrelatie niet puur emotioneel zijn. Er moeten bijkomende objectieve omstandigheden zijn, waaruit de afhankelijkheid blijkt, zoals de gezondheid van de ouder, de financiële afhankelijkheid en de banden van de ouder met het land van herkomst.

    Bij de aanvraag van cliënt, stond daarom de vraag centraal of er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen hem en zijn vader. De cliënt is van mening dat er inderdaad zo’n afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen hem en zijn vader. Hij voert hiervoor ten eerste aan dat de verblijfsvergunning van zijn vader, die momenteel in Saoedi-Arabië verblijft, verloopt. Hierdoor zou hij genoodzaakt zijn om terug te keren naar Syrië, zijn land van herkomst. Dit is echter, gezien de situatie in Syrië, niet mogelijk. Bovendien verkeert de vader in slechte gezondheid. Door zijn diabetes en Parkinson, is hij niet meer zelfredzaam en heeft hij dagelijkse zorg nodig. Deze zorg is niet voor hem beschikbaar in Saoedi-Arabië en er zijn geen familieleden in het land die hem anderzijds deze zorg kunnen bieden. De cliënt ondersteunt tenslotte zijn vader al geruime tijd in financieel opzicht.

    Onlangs kwam er goed nieuws voor de cliënt: de IND heeft besloten dat er inderdaad een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen de cliënt en zijn vader. De vader krijgt nu een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn zoon in Nederland.

     

    Heeft u een vergelijkbare vraag over gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  2. De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Reacties uitgeschakeld voor De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    De belangen van een minderjarig kind bij een asielaanvraag

    Mr. van Mulken staat een cliënt bij in een lopende hoger beroepzaak. De zaak betreft een minderjarige Syrische cliënt die asiel heeft aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is door de IND niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij in Oostenrijk al eerder een aanvraag had gedaan en daar een verblijfsvergunning heeft gekregen. Hij moet daarom zo snel mogelijk terugkeren naar Oostenrijk. Tegen deze beslissing is cliënt in beroep gegaan. De rechtbank heeft dit beroep helaas ongegrond verklaard. Momenteel loopt er een hoger beroep.

    Hierbij werpt de cliënt als eerst op dat hij in Oostenrijk pas drie jaar na de asielaanvraag in aanmerking kan komen voor gezinshereniging. Tegen die tijd wordt de cliënt meerderjarig, waardoor hij onder een minder gunstig gezinsherenigingsregime zal vallen. Dit betekent voor de cliënt dat hij niet in aanmerking zal komen voor hereniging met zijn ouders en broertje, die momenteel nog in Syrië verblijven. Volgens de rechtbank was dit onvoldoende reden om niet naar Oostenrijk terug te kunnen keren. In hoger beroep betoogt de cliënt echter dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie moet er altijd rekening worden gehouden met de belangen van een minderjarig kind. In dit geval, is het duidelijk dat de cliënt zich in een kwetsbare positie bevindt, omdat hij is gescheiden van zijn ouders en andere familieleden. Het zou dan ook in zijn belang zijn om zo snel mogelijk te worden herenigd met zijn familie. In Oostenrijk is hier geen mogelijk toe. De IND heeft daarom geen blijk gegeven van een duidelijk afweging van de belangen van de cliënt.

    Daarnaast betoogt cliënt dat er geen geschikte mogelijkheid is in Oostenrijk om de gezinsherenigingsprocedure aan te vechten. Volgens het Europese Hof van Justitie moeten minderjarige kinderen die tijdens hun procedure meerderjarig worden, nog steeds in aanmerking kunnen komen voor gezinshereniging. In Oostenrijk wordt er echter geen rekening mee gehouden dat de asielzoeker nog minderjarig was op het moment van de asielaanvraag en hanteert de meerderjarige leeftijd bij de aanvraag voor gezinshereniging. Er kan dan ook niet van cliënt worden verwacht dat hij hierover gaat klagen in Oostenrijk.

    Nu is het wachten op de uitspraak van de Raad van State. Op onze website en social media houden wij u op de hoogte van de afloop van deze zaak.

    Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  3. Een vervolg op Chavez: het aantonen van identiteit

    Reacties uitgeschakeld voor Een vervolg op Chavez: het aantonen van identiteit

    Een vervolg op Chavez: het aantonen van identiteit 

    Onlangs heeft u op onze website over de Chavez-zaak kunnen lezen. Nu heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 februari 2022 uitspraak gedaan in een zaak (ECLI:NL:RVS:2022:433), waarin de vreemdeling beroep doet op de Chavez-regelIn deze zaak wordt opgehelderd hoe een derdelander ouder zijn of haar identiteit en nationaliteit kan bewijzen.

    Feiten

    In deze zaak vraagt een Soedanese vreemdeling verblijf aan om zich bij haar drie Nederlandse minderjarige kinderen te kunnen voegen. Ze doet hierbij beroep op de regel uit Chavez, waarin werd beslist dat een derdelander-ouder onder vooraarden verblijfsrecht heeft in de Unie als hij of zij minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit heeft. Haar aanvraag werd afgewezen, omdat haar identiteit en nationaliteit volgens de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk was. De vreemdeling gaat hiertegen in beroep. De vraag is nu wat precies de bewijsmaatstaf en het beoordelingskader is voor het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van een derdelander die beroep doet op het Chavez-arrest.

    Uitspraak

    De Raad van State maakt vervolgens duidelijk dat een vreemdeling niet hoeft te beschikken over een geldig identiteitsbewijs om de identiteit en nationaliteit te bewijzen. Indien de vreemdeling geen geldig identiteitsbewijs heeft, kan hij of zij zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door middel van andere middelen en documenten. Hierbij valt onder meer te denken aan geboorteakten van de kinderen, een huwelijksakte of een inschrijving in de Basisregistratie Personen. Volgens de Afdeling moet de staatssecretaris uit deze documenten beoordelen of de identiteit en nationaliteit aannemelijk zijn geworden. Daarbij moet gekeken worden of vaststaat dat de vreemdeling de biologische ouder is van de Nederlandse kinderen, of de door de vreemdeling opgegeven identiteit overeen komt met de geboorteakten en of de vreemdeling de dagelijkse zorg voor de kinderen draagt.

    Tot slot oordeelde de Raad van State in casu dat de staatssecretaris onvoldoende middelen had betrokken bij de beoordeling. De staatssecretaris moet daarom opnieuw op het bezwaar van de vreemdeling beslissen.

    Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

  4. Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    Reacties uitgeschakeld voor Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    Atheïsme is ook een geloofsovertuiging

    De uitspraken van de Raad van State: ECLI:NL:RVS:2022:93 en ECLI:NL:RVS:2022:94

    Afgelopen maand heeft de Raad van State beslist dat zowel atheïsme als afvalligheid m

    oeten worden aangemerkt als een geloofsovertuiging (ECLI:NL:RVS:2022:93 en  ECLI:NL:RVS:2022:94). Daarmee staat nu vast dat de atheïstische of afvallige vreemdeling kan worden beschermd onder het Vluchtelingenverdrag.

    Een vreemdeling heeft ingevolge artikel 1(A)(2) van het Vluchtelingenverdrag recht op bescherming als hij vanwege zijn geloofsovertuiging gegronde vrees heeft voor vervolging in zijn land van herkomst. Een voorbeeld hierbij is een christelijke vreemdeling die vanwege dit geloof zeer waarschijnlijk vervolgd zal worden, omdat de overheid in het land van herkomst deze religie niet accepteert. In de bovengenoemde twee uitspraken van de Afdeling is duidelijk geworden dat ook atheïsme en afvalligheid moeten worden aangemerkt als geloofsovertuigingen en daarom recht hebben op bescherming onder het Vluchtelingenverdrag. Deze uitspraak wijkt af van de Werkinstructie 2018/19 en de Werkinstructie 2018/19, waarin nog is vastgelegd dat atheïsme en afvalligheid geen geloofsovertuigingen zijn.

    Verder oordeelt de Afdeling in de uitspraken dat de staatssecretaris niet beschikt over een duidelijke werkwijze voor het onderzoeken van de geloofwaardigheid van de afvalligheid en het atheïsme. Volgens de Afdeling moet de werkwijze aangescherpt worden. Zo moet er een verschillend beoordelingskader worden gehanteerd voor atheïsme enerzijds en afvalligheid anderzijds. Daarnaast moet de staatsecretaris, op het moment dat de geloofwaardigheid is komen vast te staan, verder onderzoek doen naar het risico wat de vreemdeling loopt bij terugkeer naar het land van herkomst.

    In de praktijk zullen deze uitspraken betekenen dat de staatssecretaris een verbeterde en aangescherpte werkwijze zal hanteren om de geloofwaardigheid van atheïsme en afvalligheid te beoordelen. Het is hierbij aan de staatssecretaris om deze werkwijze vast te stellen. Heeft u een zaak of vragen omtrent rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

  5. Verblijfsrecht voor derdelander-ouders

    Reacties uitgeschakeld voor Verblijfsrecht voor derdelander-ouders
    Het Chavez-arrest: verblijfsrecht voor derdelander-ouders

    Een derdelander-ouder (een ouder afkomstig uit een land buiten de EU) van een minderjarig Nederlands kind kan onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een verblijfsvergunning in Nederland indien deze ouder zorg draagt voor het kind.

    Deze conclusie volgt uit een belangrijke uitspraak van het Hof van Justitie (‘het Hof’) op 10 mei 2017 in het Chavez-Vilchez arrest. In dit arrest heeft het Hof vastgesteld dat een minderjarig kind niet gedwongen mag worden om de Europese Unie te verlaten, omdat de verzorgende ouder daar geen verblijfsrecht zou hebben. Kortgezegd betekent dit dat de derdelander-ouder aanspraak kan maken op verblijfsrecht in Nederland als hij/zij de dagelijkse verzorging van het minderjarige kind uitvoert en een afhankelijkheidsrelatie heeft met het desbetreffende kind. Bij de beoordeling of er daadwerkelijk een afhankelijkheidsrelatie bestaat, moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, maar in het bijzonder moet worden gekeken naar de volgende factoren:

    • De leeftijd van het kind. Hoe jonger een kind is, hoe sneller het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie zal worden aangenomen.
    • De lichamelijke en emotionele ontwikkeling van het kind.
    • De relatie die het kind met zowel de derdelander-ouder als met de Nederlandse ouder heeft. Als er bijvoorbeeld vaststaat dat de derdelander-ouder niet of nauwelijks een affectieve band heeft met het Nederlandse kind, zal niet snel het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie worden aangenomen.
    • De negatieve gevolgen voor het kind als hij/zij van de derdelander-ouder wordt gescheiden.

    Als er aan de hand van bovenstaande factoren kan worden geconcludeerd dat er daadwerkelijk een afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen de verzorgende derdelander-ouder en het minderjarige Nederlandse kind, heeft de ouder recht op verblijf in Nederland en de rest van de Europese Unie. Deze regel is een verruiming van de mogelijkheden tot gezinshereniging ten opzichte van het Nederlandse beleid van voor de Chavez-uitspraak. De IND heeft haar beleid dan ook op deze uitspraak afgesteld.

    Bent u een ouder uit een derde land en heeft u een kind met de Nederlandse nationaliteit? Concreet betekent dit dat u mogelijk recht heeft op een verblijfsvergunning in Nederland. Verblijft u nog in het buitenland? Dan heeft u mogelijk aanspraak op een faciliterend visum, wat het mogelijk maakt om Nederland in te reizen.

     

    Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.