Crompvoets + Raafs Advocaten

Tag Archive: EU

  1. Maatregelen van het kabinet: vertraging van gezinshereniging

    Reacties uitgeschakeld voor Maatregelen van het kabinet: vertraging van gezinshereniging

    Maatregelen van het kabinet: vertraging van gezinshereniging

     

    Op onze blog hebben wij al een paar keer stilgestaan bij gezinshereniging. De afgelopen tijd is dit onderwerp veel in het nieuws geweest.

    Het kabinet is onlangs met een plan gekomen om een rem op gezinshereniging te zetten met het doel om de instroom van asielzoekers te beperken. Zo komt een statushouder niet meer in aanmerking voor gezinshereniging als hij of zij geen huisvesting heeft. Als de statushouder na 15 maanden nog steeds geen woning heeft, mogen de gezinsleden wel naar Nederland komen. Daarnaast stelt het Kabinet voor dat de IND standaard 9 maanden over de aanvraag voor gezinshereniging mag doen in plaats van de normale termijn van 3 maanden. Voor asielzoekers betekent dit zij behoorlijk lang moeten wachten op een beslissing op hun aanvragen in het kader van gezinshereniging.

    De maatregel heeft de afgelopen tijd tot veel kritiek geleid. Zo heeft het College voor de Rechten van de Mens gesteld dat de kabinetsplannen in strijd zijn met de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn. Volgens de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn moet een aanvraag tot gezinshereniging snel worden afgehandeld gelet op het feit dat het vaak om minderjarige asielzoekers gaat die een beroep doen op gezinshereniging. Ook schrijft de Gezinsherenigingsrichtlijn specifiek voor dat wanneer een vluchteling een aanvraag in het kader van gezinshereniging indient, het hebben van huisvesting geen vereiste mag vormen voor het al dan niet toewijzen van de aanvraag. Het voorgestelde beleid gaat daarom op meerdere punten tegen Unierecht in. Het College heeft de overheid verzocht om de voornemens om gezinshereniging te vertragen direct in te trekken. Of de overheid de maatregelen zal aanpassen, valt nu a te wachten.

    Op ons kantoor behandelen wij regelmatig zaken die te maken hebben met gezinsherenigingsaanvragen. De vraag is of de plannen van het kabinet over de wijze waarop dit soort aanvragen in de toekomst behandeld gaan worden, juridisch steekhoudend is. Bij een afwijzend besluit raden wij aan juridisch advies in te winnen om na te gaan of het besluit stand kan houden.

    Heeft u een vraag over gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  2. Een verduidelijking van de Bahaddar-beoordeling

    Reacties uitgeschakeld voor Een verduidelijking van de Bahaddar-beoordeling

    Een verduidelijking van de Bahaddar-beoordeling

    Uit artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens volgt dat een vreemdeling niet mag worden uitgezet naar een land waar hij het risico loopt op vervolging of een onmenselijke behandeling. In sommige gevallen is het daarom noodzakelijk dat de bestuursrechter nationale procedureregels, zoals termijnen, buiten beschouwing laat als deze in de weg staan aan een inhoudelijke behandeling van de zaak. Deze regel komt voort uit de Bahaddar-zaak, een zaak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uit 1998. In een uitspraak van de Afdeling van afgelopen week (ECLI:NL:RVS:2022:1664) wordt de ‘Bahaddar-beoordeling’ toegepast en verduidelijkt.

    Uitspraak van de Afdeling

    De recente uitspraak gaat over een vreemdeling, waarvan de asielaanvraag was afgewezen. In zijn beroepsgronden voert hij aan dat hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Irak vanwege zijn afvalligheid en atheïsme. Hij had deze beroepsgronden echter te laat ingediend. In principe wordt een beroep dan niet-ontvankelijk verklaard.

    De Afdeling begint met het uitgangspunt dat de nationale procedureregels moeten worden gevolgd, ook bij een beroep op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechter moet echter een procedureregel buiten toepassing laten als uit de feiten onmiskenbaar blijkt dat een vreemdeling bij uitzetting risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Afdeling voeg hieraan ten slotte dat de rechter ook de feiten moet betrekken in de Bahaddar-beoordeling, die de vreemdeling niet heeft aangedragen, maar waarvan het overduidelijk is welke feiten dit hadden moeten zijn.

    De Afdeling verduidelijkt tenslotte waar de rechter op moet letten bij de Bahaddar-beoordeling. De rechter moet de algemeen bekende informatie over het land van herkomst van de vreemdeling betrekken en alles wat de vreemdeling heeft aangevoerd met betrekking tot de vraag of er sprake is van een gegronde vrees voor vervolging in het land van herkomst. De rechter zal een procedureregel buiten toepassing  laten als onmiskenbaar blijkt dat een vreemdeling bij uitzetting risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.

    Relevantie

    Met dit oordeel geeft de Afdeling een verduidelijking aan de Bahaddar-beoordeling en laat zien dat de zaak nog steeds relevant is. Ook voor onze praktijk is dit oordeel relevant. In het geval van cliënten die een beroep doen op artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, kan het dus zo zijn dat nationale procedureregels, zoals termijnen en eisen aan de inhoud van een beroepschrift, buiten toepassing moeten worden gelaten. Het komt er kortom op neer dat procedureregels er nooit toe mogen leiden dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor verblijf in Nederland en het risico loopt te worden uitgezet naar zijn land van herkomst, terwijl duidelijk is dat hij aldaar een ernstig risico loopt om te worden vervolgd of onmenselijk te worden behandeld.

     

     

     

  3. Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Reacties uitgeschakeld voor Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie 

    Gezinshereniging: het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie

    Onlangs heeft Mr van Mulken een cliënt geholpen met een aanvraag voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging. De cliënt verblijft in Nederland als kennismigranten en had verblijf aangevraagd voor zijn vader. Een verblijfsvergunning aanvragen voor familieleden is mogelijk. Zo kan een kennismigrant relatief eenvoudig verblijf aanvragen voor zijn/haar echtgenoot en minderjarige kinderen. Het aanvragen van een verblijfsvergunning voor een ouder is echter een stuk ingewikkelder. In zo een geval zit er een belangrijke voorwaarde aan: er moet een meer dan gebruikelijk afhankelijkheidsrelatie zijn tussen de meerderjarige referent en de ouder. Volgens EU-rechtspraak mag deze afhankelijkheidsrelatie niet puur emotioneel zijn. Er moeten bijkomende objectieve omstandigheden zijn, waaruit de afhankelijkheid blijkt, zoals de gezondheid van de ouder, de financiële afhankelijkheid en de banden van de ouder met het land van herkomst.

    Bij de aanvraag van cliënt, stond daarom de vraag centraal of er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen hem en zijn vader. De cliënt is van mening dat er inderdaad zo’n afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen hem en zijn vader. Hij voert hiervoor ten eerste aan dat de verblijfsvergunning van zijn vader, die momenteel in Saoedi-Arabië verblijft, verloopt. Hierdoor zou hij genoodzaakt zijn om terug te keren naar Syrië, zijn land van herkomst. Dit is echter, gezien de situatie in Syrië, niet mogelijk. Bovendien verkeert de vader in slechte gezondheid. Door zijn diabetes en Parkinson, is hij niet meer zelfredzaam en heeft hij dagelijkse zorg nodig. Deze zorg is niet voor hem beschikbaar in Saoedi-Arabië en er zijn geen familieleden in het land die hem anderzijds deze zorg kunnen bieden. De cliënt ondersteunt tenslotte zijn vader al geruime tijd in financieel opzicht.

    Onlangs kwam er goed nieuws voor de cliënt: de IND heeft besloten dat er inderdaad een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen de cliënt en zijn vader. De vader krijgt nu een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn zoon in Nederland.

     

    Heeft u een vergelijkbare vraag over gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.

     

  4. Oekraïense vluchtelingen: recht op verblijf?

    Reacties uitgeschakeld voor Oekraïense vluchtelingen: recht op verblijf?

    Oekraïense vluchtelingen: recht op verblijf in Nederland?

    Volgens de Verenigde Naties zijn er afgelopen twee weken ruim 1,5 miljoen mensen uit Oekraïne gevlucht. In veel Europese landen neemt het aantal vluchtelingen uit Oekraïne behoorlijk toe. Ook in Nederland zijn voorbereidingen getroffen om vluchtelingen te ontvangen. Zo zijn er opvangcentra opgezet en hebben veel Nederlanders zich al aangemeld als gastgezin. Dit roept de vraag op hoe het, juridisch gezien, precies zit met het verblijfsrecht van Oekraïners in Nederland. Hoelang kunnen gevluchte Oekraïners bijvoorbeeld in Nederland blijven? Hebben deze mensen recht op opvang? En hoe zit het met het recht op zorg, werk en een uitkering?

    Recht op verblijf

    Oekraïners hebben standaard recht op 90 dagen verblijf binnen de landen van de Europese Unie. Dit volgt uit het Associatieverdrag dat gesloten is tussen de Europese Unie en Oekraïne. Ook in de huidige oorlogssituatie kunnen de vluchtelingen dus naar Nederland komen en hier drie maanden vrij verblijven. Daarvoor hoeven zij geen asielaanvraag in te dienen of over een visum of verblijfsvergunning te beschikken. Voor afloop van de termijn van drie maanden zou een burger van Oekraïne echter wel naar zijn land moeten terugkeren als hij besluit om geen asiel aan te vragen of verder niet beschikt over een verblijfsvergunning om hier langer te mogen verblijven. Om die reden ligt het voor de hand dat Oekraïeners binnen de termijn van 90 dagen alsnog een asielaanvraag zullen indienen. De situatie in Oekraïne verandert iedere dag en het is onduidelijk hoe deze situatie zich verder zal ontwikkelen en welke gevolgen dit zal hebben voor de algemene veiligheidssituatie in het land. Daarom heeft Nederland een besluit- vertrekmoratorium afgekondigd. Dit betekent dat er voorlopig niet inhoudelijk op asielaanvragen van Oekraïners wordt beslist, maar dat zij voorlopig ook niet zullen worden teruggestuurd naar Oekraïne.

    Vanuit de Europese Unie is er op dit moment ook wetgeving in gang gezet om Oekraïense vluchtelingen tegemoet te komen. De Europese Unie heeft namelijk de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn geactiveerd, waardoor mensen die vluchten voor het conflict in Oekraïne, bescherming kunnen krijgen binnen de EU. Deze Tijdelijke Beschermingsrichtlijn zorgt voor een versimpelde en versnelde procedure voor Oekraïners om een verblijfsvergunning binnen de EU te kunnen krijgen. De verblijfsvergunning heeft in beginsel een tijdelijke geldigheidsduur van een jaar. Oekraïense vluchtelingen hoeven zich voorlopig dan ook geen zorgen te maken over het recht op verblijf.

    Recht op zorg, opvang en een uitkering

    Momenteel kunnen Oekraïense vluchtelingen in Nederland terecht bij familie of vrienden, gastgezinnen en opvangcentra. Volgens de tijdelijke EU-richtlijn hebben de Oekraïense vluchtelingen, naast opvang, ook recht op toegang tot onderwijs, de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, huisvesting en een sociale bijstand zolang ze niet terug kunnen keren naar het thuisland.