Crompvoets + Raafs Advocaten

Kinderpardon: niet voor alle kinderen

Kinderpardon: niet voor alle kinderen DEEL I

De Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen, ook wel het kinderpardon genoemd, geeft minderjarige kinderen die een asielaanvraag hebben ingediend en langdurig in Nederland verblijven de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Deze regeling moet ervoor zorgen dat kinderen die al geworteld zijn in Nederland, niet teruggestuurd worden naar het land van herkomst.

In een lopende zaak, staat Mr. van Mulken een minderjarige cliënt bij in hoger beroep. De cliënt had een verblijfsvergunning aangevraagd op grond van de Kinderpardonregeling. De IND had deze aanvraag afgewezen. De reden hiervoor was dat minderjarige kinderen alleen in aanmerking komen voor het Kinderpardon als zij asiel hebben aangevraagd. In onderhavige zaak had de cliënt echter nooit een asielaanvraag ingediend, maar wel een reguliere verblijfsvergunning gehad en verschillende andere reguliere aanvragen ingediend. Er wordt binnen de Kinderpardonregeling onderscheid gemaakt tussen kinderen met een asielachtergrond en kinderen zonder asielachtergrond, waarbij in principe alleen de eerstgenoemde in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als aan alle voorwaarden wordt voldaan.

De vraag die centraal staat in deze zaak is of dit onderscheid wel gerechtvaardigd is in het geval van de cliënt. Cliënt voldoet aan alle voorwaarden, behalve dat hij en zijn moeder nimmer een asielaanvraag hebben ingediend. In beroep heeft de rechtbank de IND in het gelijk gesteld. Volgens de rechter bleek niet dat de terugkeer van de cliënt naar zijn land van herkomst, Suriname, buitenproportionele gevolgen zou hebben. Daarom zou het onderscheid tussen kinderen met en kinderen zonder asielachtergrond gerechtvaardigd zijn.

In hoger beroep, betoogt de cliënt dat het onderscheid in de Kinderpardonregeling onevenredig is en in strijd is met artikel 14 EVRM, waarin het recht op gelijke behandeling is vastgelegd. Cliënt is van mening dat terugkeer naar Suriname voor hem buitenproportionele gevolgen zou hebben. Hij is namelijk geworteld in Nederland en heeft geen herinneringen aan Suriname, noch een band ermee. Cliënt verblijft al sinds zijn eerste levensjaar in Nederland en heeft familie hier. Zo heeft hij regelmatig contact met zijn vader en onderhoudt hij een zeer hechte band met zijn oma en tante (14 jaar oud), waarmee hij als het ware opgegroeid is als broer en zus. Daarnaast heeft cliënt verschillende traumatische ervaringen meegemaakt en lijdt hij onder de onzekerheid over zijn verblijf. Uit pedagogische rapportages blijkt bovendien dat een uitzetting zijn trauma’s zou verergeren en zeer schadelijk zou zijn voor zijn mentale gezondheid en psychologische ontwikkeling. Slechts het nalaten van een formaliteit, het indienen van een asielaanvraag, zou voor de cliënt kortom zware gevolgen hebben.

Nu is het afwachten op de uitspraak van het College. Hopelijk maakt het College een afweging, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele belangen en omstandigheden van de minderjarige cliënt.

 

Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.