Crompvoets + Raafs Advocaten

Intrekking verblijfsvergunning na 32 jaar verblijf in Nederland

Intrekking verblijfsvergunning na 32 jaar verblijf in Nederland

Mag een verblijfsvergunning worden ingetrokken vanwege criminele activiteiten? Het antwoord is dat dit zeker mogelijk is, maar het hangt altijd af van de feiten en omstandigheden van het geval.

Onlangs deed de Rechtbank uitspraak in een zaak over de vraag of de IND terecht tot intrekking van een verblijfsvergunning van een man van Marokkaanse afkomst is overgegaan. Hij wordt bijgestaan door mr. Raafs.  De aanleiding van de intrekking van de verblijfsvergunning was het criminele verleden van cliënt. Sinds zijn aankomst in 1989 in Nederland had hij zes misdrijven gepleegd, waarvoor hij in totaal bijna 7 jaar gevangenisstraf gekregen had. Daarnaast was hij ook in België veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Naar aanleiding van die veroordeling is de IND tot intrekking van de verblijfsvergunning overgegaan, omdat hij als een gevaar voor de openbare orde wordt gezien.

Tegen deze beslissing ging cliënt in beroep bij de Rechtbank. Hij meent dat de verblijfsvergunning niet mag worden ingetrokken. Na 2014 is hij niet meer veroordeeld voor strafbare feiten, dus is hij geen gevaar voor de openbare orde. Bovendien woont hij al zolang in Nederland, dat het beëindigen van zijn verblijf een inbreuk zou vormen op zijn recht op privé- en familieleven.

Cliënt woont al meer dan 30 jaar in Nederland. Hij heeft slechts tot zijn 13e in Marokko gewoond. Een binding met dat land heeft hij niet. Al zijn familie, waaronder de ouders en broers en zussen, woont in Nederland en heeft zelfs de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast heeft hij twee minderjarige Nederlandse kinderen, waar een omgangsregeling voor geldt en waarmee hij wekelijks contact heeft. De intrekking van de verblijfsvergunning zou voor cliënt betekenen dat hij gescheiden wordt van zijn kinderen en zijn familieleden en geen fysiek contact meer kan onderhouden.

De rechtbank vindt deze argumenten echter niet overtuigend genoeg. Hij heeft volgens de rechter als vader maar een marginale rol binnen de familie. De rechter neemt hierbij mee dat hij al sinds 2009 niet meer bij zijn kinderen leeft en verder ook geen financiële bijdrage levert aan het gezin. Ook weegt mee dat hij alsnog contact kan onderhouden via digitale middelen als hij terug zou moeten keren naar Marokko. Bovendien stelt de rechtbank vast dat cliënt een gevaar is voor de openbare orde. Uit zijn uitgebreide strafblaf blijkt dat de gepleegde misdrijven met de tijd steeds ernstiger werden. Weliswaar is cliënt al sinds 2014 niet meer veroordeeld voor een misdrijf, maar volgens de rechter is dit onvoldoende om te concluderen dat cliënt zijn gedrag definitief heeft verbeterd. Er zijn namelijk vaker periodes geweest in het strafblad waarin cliënt niet is veroordeeld. Er kan dan ook niet worden uitgesloten dat hij weer in de criminele wereld zal belanden. Het beroep van cliënt is daarom ongegrond verklaard: de intrekking van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod zijn gerechtvaardigd volgens de rechtbank.

Kortom, deze zaak heeft vooralsnog geen goede uitkomst voor cliënt. Het gevolg is nu namelijk dat hij Nederland moet verlaten. Er kan nog hoger beroep worden ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. In dat geval kan ook gevraagd worden om de uitkomst van het hoger beroep in Nederland te mogen afwachten.