Crompvoets + Raafs Advocaten

Een vervolg op Chavez: het aantonen van identiteit

Een vervolg op Chavez: het aantonen van identiteit 

Onlangs heeft u op onze website over de Chavez-zaak kunnen lezen. Nu heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 februari 2022 uitspraak gedaan in een zaak (ECLI:NL:RVS:2022:433), waarin de vreemdeling beroep doet op de Chavez-regelIn deze zaak wordt opgehelderd hoe een derdelander ouder zijn of haar identiteit en nationaliteit kan bewijzen.

Feiten

In deze zaak vraagt een Soedanese vreemdeling verblijf aan om zich bij haar drie Nederlandse minderjarige kinderen te kunnen voegen. Ze doet hierbij beroep op de regel uit Chavez, waarin werd beslist dat een derdelander-ouder onder vooraarden verblijfsrecht heeft in de Unie als hij of zij minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit heeft. Haar aanvraag werd afgewezen, omdat haar identiteit en nationaliteit volgens de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk was. De vreemdeling gaat hiertegen in beroep. De vraag is nu wat precies de bewijsmaatstaf en het beoordelingskader is voor het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van een derdelander die beroep doet op het Chavez-arrest.

Uitspraak

De Raad van State maakt vervolgens duidelijk dat een vreemdeling niet hoeft te beschikken over een geldig identiteitsbewijs om de identiteit en nationaliteit te bewijzen. Indien de vreemdeling geen geldig identiteitsbewijs heeft, kan hij of zij zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken door middel van andere middelen en documenten. Hierbij valt onder meer te denken aan geboorteakten van de kinderen, een huwelijksakte of een inschrijving in de Basisregistratie Personen. Volgens de Afdeling moet de staatssecretaris uit deze documenten beoordelen of de identiteit en nationaliteit aannemelijk zijn geworden. Daarbij moet gekeken worden of vaststaat dat de vreemdeling de biologische ouder is van de Nederlandse kinderen, of de door de vreemdeling opgegeven identiteit overeen komt met de geboorteakten en of de vreemdeling de dagelijkse zorg voor de kinderen draagt.

Tot slot oordeelde de Raad van State in casu dat de staatssecretaris onvoldoende middelen had betrokken bij de beoordeling. De staatssecretaris moet daarom opnieuw op het bezwaar van de vreemdeling beslissen.

Heeft u vragen omtrent gezinshereniging of andere zaken rondom asiel- en migratierecht? Neemt u dan gerust vrijblijvend contact op met ons kantoor via 043-3510577 of info@cr-advocaten.nl.